Mijn moeder vind het verschrikkelijk. Ik had haar namelijk ooit verteld, we spreken 1995, dat ik nooit meer mijn woon- of verblijfplaats zou geven. Mijn adres is onbekend. Ik geef het niet aan haar. Niet aan kennissen. Zeker niet aan instanties of semioverheden. Ik vond dat ik dat mocht vinden. Natuurlijk, ik woonde wel ergens natuurlijk, leuk zelfs, en ik ontvang ook nog steeds visite. Natuurlijk, ik had een postbus en die wordt nog steeds leeggehaald en verwerkt door mijn administrateur. Maar mijn (meestal valse) inschrijvingen, als al, betreft bijna nooit mijn adres.
Mijn zussen begonnen te klagen. Volgens hen schakelt de plakker “Zonder vaste woon of verblijfplaats” of “adres onbekend” mij gelijk met criminelen en daklozen. Hellend vlak, mores, taboe, criminaliteit, drugs, radicalisering! Maar sociale druk ten spijt, ik heb to nu toe volgehouden. Ik geef mijn adres niet. Zeker niet aan instanties, zo zeker niet aan de direct-marketing mafia. De vraag: “Wat heb je te verbergen” beantwoord ik standaard met “Wat heb je bij mij te zoeken?” Ik zal proberen uit te leggen wat mij daartoe beweegt…
Een woonplek, een adres wordt feitelijk niet gedefinieerd door wonen maar door slapen. De plek waar je de meeste nachten doorbrengt. Vroeger, met minder mobiliteit, was het weten van iemands slaapplek een garantie tegen wanbetaling. Men kon de wanbetaler immers van zijn bed lichten. Je slaapplaats was meestal ook de buurt van je eigendommen. In het huidige tijdsgewricht is die suggestie van uitwinbaarheid bespottelijk; ik ben sneller in Timbuktu dan jij dagvaarding kunt spellen. Aan de andere kant word ik vaker gespot (paspoort controles, flitser, camera’s, mobypic etc.) dan ik Timbuktu uit kan spreken zonder hakkelen. He, als je toch al weet waar ik ben, waar heb je mijn adres dan voor nodig?
Dus, als ik me niet perse wettelijk hoef te legitimeren, maar bijvoorbeeld een NS kortingskaart wil kopen, een aanrijding heb gehad, patiëntenkaart laat aanmaken bij het ziekenhuis geef ik valse adressen (en ja ook valse leeftijden) op. En ik leef nog steeds. Men kan echt zonder mijn adres. Ik zonder de hunne. Na 13 jaar lijden proefondervindelijk vast gesteld. Ik hoef het niet te geven, ik wil het niet geven en voor mijn gevoel moet het dus ook niet. Benutten van mijn privacy rechten draagt bij tot bewustzijn van mijzelf. Ik bepaal wat je van mij ziet. Privacy. Als ik jou niet kan plaatsen, jij mij ook niet. Vrij.
Zo nu en dan kom ik iemand tegen die hetzelfde heeft. In iets andere vorm zich ontrokken heeft aan toezicht. Valse adressen geeft uit principe. Ben benieuwd of er cijfers zijn. Of ik een subcultuur vertegenwoordig. Of er nog veel meer zijn zoals ik. Als je me wilt vinden? Waar ik dagelijks uithang kun je aan mijn netwerk vragen. Die authenticeert me, definieert me en die weten samen meer van mij dan ik. Net als heel vroeger, toen Napoleon nog geen huisnummers had uitgedeeld. En we nog geen adressen waren, maar kennissen.